We stelden zanger Peter Selie die ene hamvraag: hummus maken, Hoemoes Dà Òk Alweer?

by | Nov 11, 2021 | Interview, Life, New, Trending

Peter Selie Hoemoes Da Ok Alweer

Ik heb een gerecht met kikkererwten, maar hoemoes dà òk alweer? Die hamvraag en nog vele anderen stelden we de biologieleraar en veganist Bart Stoop. Zegt die naam je niets? In het Carnavalsseizoen (vanaf nu dus) mag je Bart ook ‘Peter Selie’ noemen en zingt hij in zijn carnavalskrakers over bokkepoten, vleestomaten en gestampte muisjes.

Frikandellen en het megastallendebat

Ik ontmoet Bart bij YB by Yoghurt Barn (want vegan op de menukaart) in Breda – of: Kielegat in het Carnavalsseizoen. Zónder de ‘Peter Selie-snor’ en het bijbehorende groene Carnavalspak, want het is nu nog hartje zomer en dus nogal off-season.

Bart vertelt dat hij inmiddels al weer ruim zes jaar veganist is, en dat een scala aan verzamelde woordgrappen hierover gedurende die jaren de inspiratie vormden voor de Carnavalshit ‘Hoemoes Dà Òk Alweer?’. Nu is veganisme tegenwoordig niet meer ‘apart’ en vliegen de termen ‘vegan’ en ‘plantbased’ je overal om de oren, maar dat lag een aantal jaar geleden nog wel anders:

‘Mijn vader zei altijd: ‘Dieren zijn je vrienden, en je vrienden eet je niet op.’

‘Ik ben tot een jaar of tien als vegetariër opgevoed,’ vertelt Bart. ‘Mijn vader zei altijd: ‘Dieren zijn je vrienden, en je vrienden eet je niet op.’ Heel lang vond ik dat genoeg, je wist ook niet beter. Vervolgens kom je in de puberteit en ik schaamde mij toen een beetje want ik kende niets. Ik had nog nooit een frikandel gegeten en als je dan een keer bij iemand anders at, tja, dan at je toch een keer een frikandel. Super lekker natuurlijk. Je wilt niet anders zijn op die leeftijd, ik wilde sociaal meedoen. We waren ook zo’n beetje de enige vegetariërs op de basisschool, in die tijd was het totaal niet hipster. Het was meer nerdy en raar. Je wil niet raar gevonden vonden. Dus vanaf dat moment ben ik vlees gaan eten.’

‘Een aantal jaar later moest ik tijdens de lerarenopleiding Biologie een debat voorbereiden over megastallen. Ik moest daarin vóór de megastallen pleiten en iemand anders tegen. Door alle informatie die ik tegenkwam tijdens het voorbereiden, herontdekte ik weer waarom het beter is om helemaal géén vlees te eten. Ik dacht echt: ‘Wauw, wat gebeurt daar? Dat is niet normaal.’ Dat was in het 3e jaar van mijn bachelor, dus dat blijft dan wel in je hoofd spoken. Maar ik zat destijds in een studentenhuis en durfde nog geen vegetariër te worden, want dat voelde moeilijk. Ik wilde niemand er mee opzadelen en vond het vooral sociaal een lastige stap. Terwijl ik het eigenlijk best graag wilde. Toen ik afgestudeerd was en het studentenhuis uit ging, ben ik weer vegetariër geworden.’

Van vega naar vegan

Het sociale aspect van kiezen om wel of geen vlees te eten, is voor velen waarschijnlijk een bekende worsteling. Van vegetariër, naar meatlover, naar vegetariër dus. Maar in ‘Hoemoes Dà Òk Alweer?’ zingt Peter Selie toch echt ‘Ik ben een veganist en zit niet heel streng in de leer’.

‘Tijdens mijn master was er een vak waarbij je biologie en ethiek aan elkaar moest koppelen. Dus toen dacht ik, ik ben toch vegetariër, laat ik het dan doen over het afschaffen van de vleessubsidie,’ legt Bart uit. ‘Dus ik ging me opnieuw verdiepen in het onderwerp en ontdekte ook van alles over de melkindustrie. Dat er bijvoorbeeld een pustax is voor melk. Dat je denkt, hoezo is daar een pustax voor? Waarom zou ik dat mijn lichaam in willen werken? Vooral het college van Gary Yourofsky is me enorm bijgebleven. Dat heeft me die dag echt misselijk gemaakt. Uiteindelijk dacht ik na alle research: ik moet veganist worden. Maar hoe? Wat kun je nog eten? Want in mijn beleving mocht je als veganist helemaal niets. Ik vond dat moeilijk en het valt ook niet uit te leggen aan een ander vaak, want je wordt al snel gezien als een extremist.’

‘Na alle research dacht ik, ik moet veganist worden. Maar hoe? Wat kun je nog eten?’

‘Inmiddels ben ik denk ik – na twee keer vegetariër te zijn geweest – alweer ruim 6 jaar veganist. Twee keer kwam mijn dieetvoorkeur dus vanwege mijn studie, omdat ik me erin moest verdiepen voor studiepunten. In eerste instantie was mijn belangrijkste drijfveer duurzaamheid, maar nu ook wel echt dierenleed. Als je die beelden allemaal ziet, het is zó zielig en dan denk je gewoon: ‘Ik wil hier niets mee te maken hebben’. Ik kan daar ook echt heel slecht naar kijken. Dat je denkt, waar zijn we in deze wereld mee bezig? Mijn hoop is ook dat uiteindelijk iedereen veganist wordt. Ik krijg vaak die vraag van: één persoon, wat heeft dat voor zin? En dan denk ik ja, maar als jullie zouden weten wat ik weet, dan worden jullie ook veganist. Ik ben echt blij met alle media-aandacht en goede initiatieven die er op dit moment zijn. We moeten elkaar gaan opvoeden, kennis is de link naar de oplossing. Dit gaat ook over draagkracht. Hoeveel mensen kunnen er op de aarde zijn. We vinden dat ieder mens evenveel rechten heeft. Logisch. Maar als iedereen net zo veel vlees mag eten, mag reizen, kleren mag kopen en alle grondstoffen mag gebruiken die hij wil, hoe gaan we dat dan voor elkaar krijgen? Er komt een moment dat het gewoonweg op is. De oorlog die dan uitbreekt, daar wil je niet bij zijn.’

Mag ik nog vleestomaten? En mag ik een bokkepoot?

Wanneer je twijfelt om te stoppen met vlees eten, of zelfs om veganist te worden, is kennis vaak het laatste stapje. Wat mag je nog wel en wat mag je niet eten? Hoe kom je aan voldoende voedingswaarden? En hoe ga je om met sociale druk? Tips van Mister Peter Selie himself:

‘Ik herinner me nog heel goed de dag dat ik veganist werd en écht niet wist hoe ik dat moest gaan doen. Dat spannende gevoel van, ik wil – naast vlees en vis – eigenlijk helemaal geen eieren en melk meer eten, maar is het wel gezond? Die angst van ga ik dit volhouden? Wat mag ik wel, wat mag ik niet. Maar ook sociaal is het echt best een ding en moet je stevig in je schoenen staan. Je bent ineens, zo werkt dat, een homo of mietje. Een echte man eet vlees.’

‘Je bent ineens een homo of een mietje. Een echte man eet vlees.’

vegan ben & jerry's

‘Het heeft mij ongeveer een half jaar gekost om er helemaal comfortabel mee te worden. In de zin van: weten wat je kunt eten. Dus etiketten lezen, maar ook weten hoe je aan je voedingswaarden komt. Want je gaat toch planten eten. Ik heb dat aangevlogen via de website cronometer.com. Daar kun je van alle nutriënten, ook de micronutriënten, zien of je er genoeg van binnenkrijgt. Daarna ben ik ook langs een diëtist gegaan en je leert gaandeweg zelf ook steeds meer. Je wordt een wandelende encyclopedie. In eerste instantie moet je nog elk pakje in de supermarkt omdraaien en dan zie je dat je niets mag eten. Met name melk en ei zitten óveral in. Ook in paprikachips bijvoorbeeld. En dan denk je, hoezo, waarom? Pak niet mijn paprikachips af! Maar er komen gelukkig steeds meer plantaardige alternatieven op de markt. Ik zit ook in vegan communities op Facebook, laatst kwam daar vegan Heks’nkaas voorbij of vegan Ben & Jerry’s. Dan ga je dat meteen proberen. Ik merk dat ik met name de vraag van mensen krijg hoe ik aan mijn eiwitten kom. Goede vraag. Aan de andere kant kun je aan een vleeseter vragen: hoe kom jij van je cholesterol af? Als je je erin gaat verdiepen, kom je erachter dat je helemaal niet zo veel eiwitten nodig hebt; 0,8 gram per kilogram gewicht. Dat haal je vrij makkelijk als je gewoon normaal eet. Het enige wat je – vind ik – bij moet slikken is vitamine B12.’

De favo vegan producten en cheats van Peter Selie

Daar waar de één flexitariër of een ‘doordeweekse veganist’ is, is Bart 100% dedicated: ‘Ik heb nul komma nul cheats.’ Al komt het soms natuurlijk wel eens voor dat je per ongeluk iets naar binnen werkt waar tóch dieren bij betrokken zijn. Zo is wijn van nature in principe vegan, maar bij het klaren van de wijn worden vaak dierlijke producten toegevoegd.

‘Dat is wel een ding. Ik probeer écht enkel plantaardig te eten, maar soms kom je er halverwege in een keer achter dat ergens toch melk in zit. Of sommige bieren worden bijvoorbeeld schoongespoeld met de blaas van vissen. Dus dan zit het in het schoonmaakproces, niet in het brouwproces. Op het moment dat ik dat weet, pak ik dus wel een ander biertje. Maar het is gewoon moeilijk als het niet in de ingrediënten vermeld staat. Zo heb je ook een bepaald e-nummer [de kleurstof karmijn, red.], waar dan luizen in zitten. Deze wordt voor roze koeken gebruikt maar ook voor Roze en Witte muisjes. Als je op kraamvisite bent bij een jongetje, dan is het dus vegan, maar bij een meisje niet.’

‘Als je op kraamvisite bent en het is een jongetje, dan zijn de muisjes vegan, maar bij een meisje niet.’

‘Qua favoriete vegan producten heb ik nu Kala Namak ontdekt. Dit is een bepaald zout met de smaak van ei. Ik maak dan geroosterde boterhammen en meng gekruimelde tofu met kerriepoeder en die Kala Namak, dan krijg je zo’n scrambled egg idee. En de vegan worstenbroodjes van Picnic zijn fantastisch, echt super lekker.’

Ik heb een gerecht met kikkererwten

En toen was daar tijdens Carnaval 2020 ineens het alter ego Peter Selie. Met een liedje over… kikkererwten. ‘Ik wilde altijd al een Carnavalshitje uitbrengen, dat leek me gewoon een goed en sterk verhaal voor in de kroeg. Het stond eigenlijk compleet los van het hele veganist zijn of dit willen promoten. Het was gewoon letterlijk wat er gebeurde: ik word veganist, dan word je een beetje het lulletje van elke vriendengroep. Ik houd wel van woordgrappen en veel van de woordspelingen die in Hoemoes Dà Òk Alweer? zitten zijn me ook zelf overkomen. Dan werd me bijvoorbeeld gevraagd ‘mag je eigenlijk nog vleestomaten?’ en dan iedereen lachen. Dus zo is dat nummer ontstaan, ik schreef vijf jaar lang allemaal woordgrappen op over veganisme. Een goed liedje is vaak ook actueel. Ik denk dat het nummer het juist daarom nu beter doet dan als het 15 jaar geleden was uitgebracht.’

‘Mijn enige angst was, als de boodschap maar niet verkeerd overkomt. Ik wilde de vegan community niet voor schut zetten.’

‘In het begin kwam er wel wat commentaar vanuit de vriendengroep van ‘joh Bart, denk je nou echt dat iedereen gaat zingen ‘ik ben een veganist, hup koeien, hup koeien.’ Maar daar gaat het liedje ook helemaal niet over. Het gaat over wat mag ik nog wel eten, wat mag ik niet eten of doen. En uiteindelijk is het een liefdesliedje, want de conclusie is, ik weet het allemaal niet, maar één ding weet ik zeker, ik heb nooit meer ruzie met mijn vriendin; wij hebben nooit meer beef. Ik hoopte wel dat de boodschap niet verkeerd zou overkomen want ik wilde de vegan community niet voor schut zetten. Maar het is een leuk liedje geworden en uiteindelijk heeft het goed uitgepakt.’

Hummus recept

Hét hummus recept van Peter Selie

En dan, de hamvraag waar we allemaal op zitten te wachten: hét recept voor hummus van Peter Selie. Want ja, Hoemoes Dà Òk Alweer?

‘Mijn recept voor hummus?’ Lacht. ‘Ik kan niet koken. En ik haat koken. Ik eet ook niet altijd even lekker ofzo. Mijn zus, mijn moeder en vriendin die maken daar een heel ding van als ze koken, die vinden het leuk. Die zoeken allemaal recepten op. Ik krijg daar stress van. Ik vind koken voor mezelf niet zo erg want als het mislukt, dan eet ik het toch wel op, dan denk ik ach, het is in ieder geval gezond. Maar ik krijg enorme stress als ik voor een groep moet koken. Want als het dan niet lekker is, dan is veganisme weer niet lekker. Ik kan niet met die druk omgaan. Dus mijn recept voor hummus… ik koop meestal de Hoemoes van Maza.’

Hummus uit een bakje dus. Toch lekker zelf maken? Check dan het very-easy-peasy-geen-stress recept voor hummus van Nathalie hieronder:

v 200 gram kikkererwten.

v 1 teentje knoflook.

v 1 eetlepel tahini.

v 1 ruime theelepel kerriepoeder.

v 1 ruime theelepel kurkuma.

v 2 eetlepels olijfolie.

Laat de kikkererwten goed uitlekken (vang het kikkererwtenvocht op, dit is een uitstekende plantaardige vervanger voor eiwit; hallo vegan Pornstar Martini en vegan pavlova!). Pel de knoflook. Meng alle ingrediënten in een keukenmachine tot een gladde hummus.

Tip van Nate: deze hummus is super lekker op toast met mango en avocado. Top af met wat zwarte sesamzaadjes en waterkers (of met peterselie, als we binnen het thema willen blijven) en je indrukwekkende lunch is klaar.